In gesprek: digitalisering in de cultuursector

Kansen van digitalisering voor de cultuursector: Wielinq in gesprek met het Rijksmuseum en kennisinstituut DEN.

Wat is de rol van digitalisering in de cultuursector? Welke obstakels zijn er? En zijn er succesfactoren aan te wijzen? Erik van Ginkel, Zakelijk Directeur van het Rijksmuseum en Maaike Verberk, Algemeen Directeur van DEN Kennisinstituut cultuur & digitale transformatie spraken hierover met Maarten Kuiper van Wielinq.

Over digitalisering in de cultuursector

Erik: “Traditioneel ging digitalisering, ook bij ons, vooral over het digitaliseren van de collectie. Het weten wat je in huis hebt en zorgen dat je het kan terugvinden. Tegenwoordig is digitalisering veel breder en gaat het ook over het vergroten van je bereik, de connectie met je publiek en het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen. Digitalisering is overal.”

Maaike: “Vanuit DEN spreken we daarom over digitale transformatie in plaats van over digitalisering. Er is echt waardecreatie mogelijk in het digitale domein, juist binnen de maatschappelijke rol die de cultuursector heeft. Van een heel kleine organisatie tot eenpitter, van creatieve maker tot het Rijksmuseum. Je kunt in het digitale domein waarde creëren, met kunst of met je creatieve proces, op een manier die in het fysieke domein niet mogelijk is. Fysiek en digitaal zijn het echt waard om naast elkaar te bestaan en elkaar te versterken.”

Tegenwoordig is digitalisering veel breder en gaat het ook over het vergroten van je bereik, de connectie met je publiek en het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen. Digitalisering is overal.

Erik: “Het idee van Rijksstudio is een voorbeeld van digitalisering waar ik trots op ben bij het Rijksmuseum. In de zin van nadenken over wat je met een collectie doet en hoe je die beschikbaar stelt aan iedereen. Voor het eerst kwamen hier de kant van collectieregistratie en de kant van wat je naar de wereld doet bij elkaar. Dat had en heeft bijna nog niemand op dit niveau gedaan, in de museale wereld. Ook met het doorontwikkelen van Rijksstudio blijven we de wens en ambitie hebben om hierin voorop te lopen.”

Over een betekenisvolle artistieke ervaring digitaal

Maaike: “Eén van de belemmeringen van de sector ten aanzien van digitalisering was de overtuiging dat er geen betekenisvolle artistieke ervaring mogelijk is met publiek op afstand. Dit leefde zeker bij de kunstensector waar de ontmoeting voorop staat. Dit was bijna een gegeven. In dat opzicht heeft de sector zich de afgelopen tijd enorm ontwikkeld.”

Erik: “Wat doet de uiting met jou en het fysieke contact? Dat werd altijd als het hoogst haalbare geacht. Dat is natuurlijk een beetje raar, want vroeger zaten ook al miljoenen mensen thuis te luisteren naar een plaat van een concert. Er was dus het idee dat het niet te reproduceren is. Dat er niet van te genieten is als het niet live is.

De afgelopen periode is digitaal naar een meer gelijkwaardiger niveau gegaan. ITAlive is daar een goed voorbeeld van. Je kunt dus niet een op een doen wat je al deed. Je moet ook echt investeren. Nadenken over hoe je dat doet. Als je toneel naar de digitale wereld wilt brengen, dan moet je voor een goede beleving een ander soort regie voeren.

Voor musea is authenticiteit heel lang belangrijk geweest. Ik kan kijken naar een plaatje van de Nachtwacht of ik kan kijken naar de Nachtwacht. Dan is dat laatste wel echt een heel andere beleving. Terwijl als je dat beeld online verrijkt, is het zoveel meer dan alleen kijken naar dat beeld. Dan mag je wel spreken van gelijkwaardig.”

Over visie, waardeproposities en integratie

Maaike: “Wat wij vaak terughoren, ook van museumdirecteuren, is dat dit soort innovaties met projectgeld worden gefinancierd. En dan is het project afgerond en de subsidie op, maar is het resultaat nog niet geïntegreerd in de reguliere activiteiten.

Je kunt met innovatiegelden veel ontwikkelen, maar het is heel belangrijk om vervolgens te kijken hoe je het resultaat integreert in het primaire proces. Nadenken over de vraag wat het betekent voor je organisatie, voor de vaardigheden van je mensen, voor de manier van organiseren. Als je deze stappen zet, dan ga je pas het proces van duurzame digitale transformatie in.

Als je een nieuwe waardepropositie maakt, dan moet deze samenhangend zijn. Samenhangend met de visie van je organisatie, passend bij de omvang van je organisatie en bij wat je wilt vertellen. Dat is anders voor het Rijksmuseum, dan voor een kleiner provinciaal museum.”

Digitaal gaat niet over snel succes, maar over digitaal doen wat bij je visie past.

Erik: “Helemaal mee eens. Het heeft voor ons ook geen zin om onze bezoekerscijfers te vergelijken met bijvoorbeeld het Louvre. Je moet je verhouden tot wat je zelf aan het doen bent. Waar je zelf goed in bent. Veel mensen onderschatten daarnaast de kracht van de niche. Iedereen wil viral. Digitaal gaat niet over snel succes, maar over digitaal doen wat bij je visie past.

Soms komen hier mensen uit de sector op bezoek en dan vragen ze wat we als Rijksmuseum op het gebied van digitaal doen. Wat onze best practices zijn. Zij willen dan een voorbeeld nemen aan de uitkomst in plaats van aan het proces. Ik adviseer die mensen altijd om terug te gaan naar het begin. Wat wil je bereiken? Welke investeringsmogelijkheden heb je? Is je organisatie erop ingericht? Heb je de mensen in huis of heb je samenwerkingspartners nodig met specifieke expertise?”

Over het creëren van een innovatiecultuur binnen je organisatie

Maaike: “Voor veel organisaties is een belangrijke belemmering dat het ontbreekt aan een innovatief klimaat in de organisatie. Het is belangrijk dat mensen mogen experimenteren. Dat ze fouten mogen maken.

Als organisatie kun je een strategische visie ontwikkelen op hoe je dit bereikt. Dat betekent dat je echt bezig gaat met het creëren van een innovatieve organisatiecultuur, met het worden van een lerende organisatie, en dat innovatie van buiten komt. Vraag je af wat er buiten je organisatie gebeurt. Zou dat iets voor ons zijn? En dat je medewerkers bewust maakt dat digitaal en innovatie hen ook helpt in de rol die zij hebben in de organisatie, en dat zij daar ook onderdeel van zijn.”

Erik: “Vier of vijf jaar geleden hebben wij een aantal speerpunten geformuleerd. We begonnen met opnieuw definiëren van wie we als museum zijn en wat onze opdracht is. De kernbegrippen die we toen hebben gedefinieerd zijn collectie, connectie en conversie. Conversie gaat niet alleen over conversie naar inkomsten, maar ook naar maatschappelijke waarde. De laatste tijd zien we dat co-creatie daar als vierde begrip bijkomt. Co-creatie als in samenwerking met onze omgeving.

Vervolgens zijn we gaan nadenken over de vraag wat digitale innovatie voor ons betekent? Daar is onder andere RIJKSlab uit voortgekomen. In het begin had RIJKSlab vooral de functie om ideeën binnen de organisatie een plek te geven. Een ruimte om deze ideeën te verkennen.

Het eerste jaar ging het in het RIJKSlab vooral over leuke ideeën en toepassingen van digitale technologie. Inmiddels richten we ons veel meer op de grote ontwikkelingen buiten onze organisatie. Bijvoorbeeld bij onze partners. En dan onderzoeken we hoe deze ontwikkelingen bij kunnen dragen aan vragen die binnen onze organisatie bestaan. Eén van de vragen waar we nu mee bezig zijn, gaat bijvoorbeeld over de enorme hoeveelheid data die er in ons gebouw wordt gegenereerd. Hoe kunnen we die data gebruiken om een echte smart building te maken? Hoe bewegen onze bezoekers zich door de zalen en hoe lang staan ze stil bij een schilderij?”

Over samenwerken met partners

Maaike: “Om digitaal te transformeren is samenwerken een must. Steeds meer organisaties stellen zich hiervoor open. Je merkt dat de samenwerking in de erfgoedsector al nauwer is, door bijvoorbeeld de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed en het online verbinden van collecties.

In de kunstensector is er nog minder sprake van samenwerking. Dat zijn toch instellingen die om een artistieke visie heen zijn gebouwd. Daar is het delen van publieksdata vaak al een probleem. Daar heerst toch vaak de overtuiging dat het mijn publiek is en heerst er het gevoel van concurrentie. En soms verschuilen organisaties zich achter de AVG.Terwijl ik denk dat ook als je conform de AVG handelt je bepaalde data kunt delen en vergelijken. 

Erik: “Ik denk dat samenwerken ook heel erg te maken heeft met durven te vragen. Het is wellicht ook lastiger als je je in een niche bevindt, maar zelfs dan zijn er zoveel partijen in je directe omgeving die het leuk vinden om met je mee te denken. Of je nu groot of klein bent, elk museum werkt al samen met allerlei partners, zoals bijvoorbeeld leveranciers.

Ik denk dat het ook heel erg te maken heeft met je realiseren dat jij niet de wijsheid in pacht heeft en iemand anders in je omgeving misschien wel. Je moet dus ook niet aankomen met het idee dat je al precies weet hoe je het hebben wilt. Leg een maatschappelijke vraag neer. Een vraag waar al die andere partijen in je omgeving ook mee te maken hebben. Negen van de tien keer vinden partners het heel leuk om op deze manier uitgedaagd te worden.”

Over de noodzaak van digitale innovatie

Erik: “Waar ik moeite mee heb is wanneer innovatie als een soort oplossing naar voren wordt geschoven. Bijvoorbeeld in het publieke debat over noodsteun tijdens de coronapandemie. ‘Dan moet zo”n sector nu dan ook maar eens eindelijk onder druk gaan transformeren.’

Je kunt best zeggen dat het langzaam gaat of dat nog niet iedereen zo ver is, maar er is ongelooflijk veel gebeurd de afgelopen jaren. De cultuursector zou teveel subsidie afhankelijk zijn, of te veel leunen op de overheid. Maar in de situatie die we nu hadden, gold dat voor iedereen. Het hele bedrijfsleven heeft op deze manier een bepaalde periode kunnen overbruggen. We zien een bepaalde situatie die echt iedereen overvallen heeft, en innovatie is niet dé enige oplossing voor deze sector in de huidige situatie.”

Maaike: “Mijn overtuiging is dat deze sector zich zou moeten verhouden tot digitale transformatie, omdat het publiek zich ontwikkelt. Het publiek van de toekomst gaat op een heel andere manier cultuur beleven en consumeren. Het feit dat wij met elkaar elke vier jaar een beleidsplan moeten schrijven, weerhoudt ons ervan om 15, 20 of 25 jaar vooruit te kijken naar het publiek dat dan het museum binnenkomt.

Waar ik wel een beetje een allergie voor heb ontwikkeld, is dat digitale transformatie of digitaliseren direct wordt gekoppeld aan verdienmodellen. Dat is een te kortzichtige manier van kijken. Het gaat over waardecreatie en om relevant zijn. Je bent je maatschappelijke relevantie aan het uitbreiden.”

Erik: “Dat is ook de enige manier wat mij betreft. Voor mij gaat het over de vraag hoe instellingen nadenken over hoe relevant een bepaalde ontwikkeling is voor hen of hoe relevant deze kan zijn voor hun omgeving. Dan kom je tot oplossingen.

Die relevantie, samenwerking en openheid dat zou ik iedereen in deze sector toewensen. En dat nadenken over digitalisering een gewoon onderdeel wordt van wat je doet.”

Hoe dit gesprek tot stand kwam

Maarten Kuiper, van adviesbureau Wielinq, nodigde Erik van Ginkel van het Rijksmuseum en Maaike Verberk van DEN uit om met elkaar van gedachten te wisselen over digitalisering. Voor beide organisaties werkte Wielinq aan mooie, relevante opdrachten. Zo hielp Wielinq bij het opzetten van RIJKSlab en bij het project Digitaal DNA van DEN en Cultuur+Ondernemen.

Over het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam verbindt mensen, kunst en geschiedenis. Het museum vertelt het verhaal van 800 jaar Nederlandse geschiedenis vanaf 1200 tot nu, met 8.000 voorwerpen in 80 zalen.

Via Rijksstudio worden bijna 750.000 werken uit de collectie van het Rijksmuseum online beschikbaar gemaakt voor het publiek. De website is zo gemaakt dat iedereen de collectie gemakkelijk kan ontdekken, delen en hergebruiken.

In RIJKSlab experimenteert het Rijksmuseum met digitale innovatie. In het lab worden ideeën vertaald naar prototypes. Deze innovaties kunnen verder worden ontwikkeld tot nieuwe producten en diensten die het Rijksmuseum kan aanbieden. Zo blijft het Rijksmuseum relevant, nu en in de toekomst.

Over DEN

DEN is het kennisinstituut voor cultuur en digitale transformatie. De opkomst van de digitale transformatie in de maatschappij roept voor culturele organisaties nieuwe vragen op en biedt nieuwe kansen. DEN stelt culturele instellingen in staat om die kansen en mogelijkheden te benutten. Zo ontwikkelde DEN het DEN Focusmodel om tot een geïntegreerde aanpak te komen voor digitale transformatie binnen culturele organisaties. Verder is DEN betrokken bij één van de drie innovatielabs die minister Van Engelshoven van OCW heeft opgestart naar aanleiding van het door de Raad van Cultuur gepresenteerde.

Meer weten over digitale transformatie in de cultuursector? Neem gerust contact met ons op.

Maarten Kuiper

Tips van Erik en Maaike:

  • Laat digitalisering altijd samenhangen met de visie van je organisatie. Alleen dan kun je nieuwe waardeproposities maken. Voor het Rijksmuseum betekent digitalisering daarom iets heel anders dan voor bijvoorbeeld een museum met veel minder publiek of een culturele organisatie in een andere discipline.
  • Digitalisering leent zich doorgaans heel goed voor een niche. Vooral bij minder voor de hand liggende artistieke content, bijvoorbeeld documentaires waar een klein(er) publiek in is geïnteresseerd.
  • Maak digitalisering een integraal onderdeel van je organisatie en van de mensen die er werken. Alleen dan wordt het een succes.
  • Creëer een innovatieve organisatiecultuur. Geef medewerkers de mogelijkheid om naar buiten te kijken. Wat gebeurt er allemaal? Zou dat iets voor ons kunnen zijn?
  • Staar je niet blind op het zoeken naar het ultieme. Zorg vooral dat de voorwaarden voor innovatie binnen je organisatie aanwezig zijn.
  • Kijk ook eens naar niet voor de hand liggende samenwerkingen buiten de eigen sector, bijvoorbeeld met partners in de wetenschap, onderwijs of zorg. Of naar hoe zij dit aanpakken. Dit kun je vertalen naar je eigen behoefte, een eigen idee, etc.

Meer lezen

Menu